Tags

, ,

Mode- en lifestylemagazines zijn tegenwoordig een bekend verschijnsel. Anno 2012 liggen de schappen er vol mee: Vogue (in diverse landen), Glamour, Harper’s Bazaar, Marie Claire, Elegance, Fashionista, Vanity Fair, ELLE, noem maar op. Nu verschijnen deze bladen doorgaans in een vrije consumptiemaatschappij, waarin we meestal zelf kunnen bepalen wat we lezen, wat we aantrekken en waar de persvrijheid hoog in het vaandel staat.

Toch was dat niet altijd het geval. Achter de Berlijnse Muur was men ook geïnteresseerd in mode en wilde men er leuk uitzien. Modetijdschriften waren er dan ook niet onbekend: in de Duitse Democratische Republiek verschenen er diverse modebladen, waarvan PRAMO (1948), Sibylle (1956) en Modische Maschen (1963) de bekendste waren.  Volgens historicus Judd Stitziel werd Sibylle als het meest toonaangevende modeblad beschouwd, ondanks dat de twee andere modetijdschriften Praktische Mode (PRAMO) en Modische Maschen beter verkrijgbaar moeten zijn geweest. Sibylle was niet het meest verkochte tijdschrift: het blad had een oplage van 220.000 exemplaren. Dit was een stuk minder dan de andere Oost-Duitse modetijdschriften, die een oplage hadden van respectievelijk 780.000 en 624.000 exemplaren.

De oplage van een blad geeft maar beperkt weer hoe vaak een blad gelezen werd, zeker in een socialistisch systeem waar geen vrije markt was. Bovendien was papier schaars in de DDR, waardoor het aanbod niet kon voldoen aan de vraag en de oplagecijfers zijn dan ook geen betrouwbare bron om de invloed van het blad te meten. De onderzoeksgroep van historica Susanne Freund, die een tentoonstelling opgezet heeft over Sibylle, ondersteunt deze mening. Volgens hen was het blad zeer gewild: „Für viele Frauen war die SIBYLLE ein begehrtes Medium, das häufig als „Bückware“ oder im Tausch gehandelt wurde.‟ Met andere woorden: Sibylle was niet op de reguliere manier verkrijgbaar, maar werd onderhands verhandeld.

Dat het blad zeer gewild was, blijkt uit het volgende voorbeeld. Lezeres Cornelia Günther herinnert zich dat haar moeder –ondanks de schaarste- toch een abonnement op het blad bemachtigde, dat zij als student in de jaren zeventig vol trots las in de trein naar Oost-Berlijn.

Wat maakte Sibylle dan zo speciaal?

Het tijdschrift was vernoemd naar een legendarische zieneres, Sibylle, die in de Oudheid aan de baai van Napels zou hebben gezeten volgens de Griekse mythologie. De titel wekte de suggestie dat het blad meer bood dan alleen maar mode: een wereldse, vooruitziende blik op de toekomst. Dit in tegenstelling tot de andere tijdschriften, waarbij de titel alleen maar vermeldde dat het betreffende blad over mode ging. PRAMO en Modische Maschen toonden alleen maar mode en bevatten naaipatronen, want zelfmaakmode was bijzonder populair in de DDR: kleding van goede kwaliteit was er namelijk nauwelijks verkrijgbaar.

Sibylle bood meer dan de andere tijdschriften. Het tijdschrift richtte zich nadrukkelijk niet alleen op de mode en cultuur uit Oost-Duitsland, maar op mode en cultuur over de hele wereld: het was in feite een venster op het westen. Dat is niet alleen terug te zien in de modereportages maar ook in de vorm van het blad zelf. Sibylle vertoont wel erg veel overeenkomsten met de Britse Vogue. Het tijdschrift Vogue was, en is, al jaren het meest toonaangevende modetijdschrift ter wereld. Ten eerste hadden beide bladen dezelfde opmaak: een grote cover met een mooi model erop en later ook nog hetzelfde lettertype voor de titel. Qua foto’s leken beide tijdschriften ook enorm op elkaar. Beide bladen hadden ook aparte rubrieken over koken, reizen, mode, uiterlijk en wonen. De inhoud van de verschillende rubrieken verschilde natuurlijk wel: de taal was verschillend-Vogue was in het Engels, en Sibylle in het Duits- en de inhoud ervan was ook toegespitst op de verschillende landen. Ook de reportages werden niet op dezelfde locaties geschoten en ook in de kookrubriek is dat te zien aan de gebruikte ingrediënten en Oost-Duitse gerechten. Sibylle vertaalde dus het Britse format naar een blad waarin Oost-Duitse vrouwen zich konden herkennen.

Het Oost-Duitse format bracht echter wel beperkingen met zich mee. Waar in het westen vanaf de jaren vijftig de economie sterk verbeterde en een vrije koopmarkt was, was dat in de DDR niet het geval. In de socialistische planeconomie was aan bijna alles gebrek en persvrijheid was er ook niet. Papier was schaars: als gevolg daarvan werd in 1965 het blad gehalveerd. De redactie wilde de inhoud echter niet veranderen. Als gevolg daarvan oogde de lay-out vanaf dat moment een stuk drukker. Dezelfde inhoud werd voortaan op de helft minder ruimte gepropt. Middelen waren schaars: de gebruikte kleding was bijvoorbeeld niet verkrijgbaar in de winkels. Heel vaak werden er prototypes van kleding gebruikt. Als gevolg daarvan ontving de redactie heel veel boze brieven van lezeressen die klaagden dat de kleding nergens verkrijgbaar was. Dit in tegenstelling tot de Vogue, waarin gewoon een aparte rubriek stond waar de lezeressen de getoonde kleding konden kopen. Ook met de visagie werd creatief omgesprongen: visagist Frank Schäfer herinnert zich dat hij experimenteerde met allerlei producten, vaak met verrassende resultaten. Voetschimmelcrème werd bijvoorbeeld gebruikt om haren groen of roze te verven, wanneer er geen echte haarverf beschikbaar was. Haarverf was zeker niet het enige product wat niet altijd voorhanden was: Schäfer heeft met diverse producten geïmproviseerd. Desondanks zag het resultaat er prachtig uit, en het tijdschrift deed zeker niet onder voor de Westerse varianten uit die tijd.

Advertenties